De Grote of Onze Lieve Vrouwekerk te Tholen  Francais Deutsh English


Van de oorsprong van de Grote Kerk is niets bekend. Zeker is dat er in het midden van de 14de eeuw een kerk heeft gestaan op de plaats van het huidige middenkoor. Bij een verbouwing rond 1360 is deze gesloopt. Van de toen gebouwde of vergrote kerk rest tegenwoordig nog alleen het onderstuk van de toren die los stond van het toenmalige schip. Vermoedelijk zijn er na de verheffing tot kapittelkerk in 1404 met 9, later 11 kanunniken opnieuw bouwactiviteiten geweest. Bij de brand, die in 1452 een groot deel van de stad Tholen verwoestte, is de kerk waarschijnlijk gespaard gebleven. Wel wordt in de jaren daarna vermeld dat deze in slechte staat is.
 
Grote kerk TholenMet de bouw van het huidige schip, vijf traveeën lang en het dwarspand zal men rond 1458 zijn begonnen. Mogelijk is het ontwerp het werk van de uit Brussel afkomstige, in 1474 overleden, Evert Spoorwater, een bouwmeester die in de Nederlanden betrokken was bij de bouw van bijna alle grote kerken in Brabants gotische stijl.
 
Zo werkte deze bouwmeester van 1443 tot zijn dood aan de nabij gelegen St. Gertrudiskerk te Bergen op Zoom. Toen de bouw van het hoge basilikale schip dat nodig maakte, heeft men de toren verhoogd tot bijna 49 meter. Het bouwtempo zal aanvankelijk vrij hoog zijn geweest daar men al in 1482 van overwelving sprak.
 
Oorspronkelijk zal aan een kruisribgewelf zijn gedacht. In verband met de slechte gesteldheid van de bodem en het grote gewicht van een dergelijk gewelf, zal men besloten hebben het aanmerkelijk lichtere netgewelf aan te brengen. Dit deel van de kerk zal rond 1510 zijn voltooid, waarna men aan het koor begon.
 
Uit de plattegrond van de kerk wordt duidelijk dat oorspronkelijk een volledige kooromgang met straalkapellen in de bedoeling heeft gelegen. Alleen het noordelijke deel hiervan is voltooid.
 
Aan de zuidzijde bouwde men het zuidkoor dat evenals het middenkoor een houten overkapping kreeg. Laatstgenoemde ruimte is tussen de meest oostelijke kolommen, waarop gewelfaanzetten zijn te zien, van een sluitingswand voorzien. De schilderingen in deze ruimte zijn omstreeks 1570 voltooid. Deze zijn tijdens de restauratie van de kerk, die van 1946 - 1959 duurde, onder een laag witkalk teruggevonden. De librije of bibliotheek, later bekend als diaconiehuisje en het noordportaal zijn vermoedelijk in de 16de eeuw tegen het schip gebouwd.
 
Interieur kerk Tholen
In de tweede helft van die eeuw doet de Reformatie te Tholen zich steeds sterker gelden. Evenals in vele andere steden gaat deze gepaard met onlusten. Zo worden in 1570 kerkschatten geroofd. In 1577 gaat Tholen over naar de kant van prins Willem van Oranje. Het jaar daarop wordt de kerk 'an stucken geslagen'.
 
Het portaal dat rijk met beeldhouwwerk gedecoreerd moet zijn geweest, werd daarvan geheel ontdaan. Blijkens de sporen van sokkels in de kolommen van het middenschip werden ook hier beelden verwijderd. De kerk is toen overgegaan naar de hervormden waarvan Theodorus Verhaar op 1 september 1579 de eerste predikant werd.
 
Na de Reformatie is in 1638 de consistoriekamer gebouwd. Mogelijk was toen al een houten wand geplaatst tussen het schip en het transept. Deze wand, in 1755 beschilderd met psalm 122, is tijdens de restauratie aangebracht op de toen gebouwde scheidingsmuur tussen het transept en het koor waardoor de preekkerk ruimer werd. Ook de door Adam Hartman in 1648 gemaakte preekstoel en het uit dezelfde tijd stammende doophek, dat de ruimte om de kansel omsluit, zijn toen verplaatst.
 
Beslist bezienswaardig zijn de ruim honderd grafzerken, waarvan de oudste van 1421 dateert. Helaas zijn slechts enkele zerken in 1798 ontkomen aan het afhakken van de wapenschilden. Ook de rouwborden met de geslachtswapens van de aanzienlijken zijn toen uit de kerk verwijderd.
 
In het noordportaal zijn de mummies ondergebracht (niet toegankelijk) welke landelijk enige bekendheid hebben gekregen. Het zijn de op natuurlijke wijze geconserveerde overblijfselen van leden van het geslacht Vrijberghe, die in de 17de en 18de eeuw posten in het stadsbestuur bekleedden.
 
De vroegste berichten over een orgel dateren van 1472. Het orgel is in 1596 - 1597 vervangen door een ander, dat in 1648 is afgebroken, nadat het een groot aantal jaren niet was bespeeld. Eerst in 1900 ging men tot de aanschaf van een nieuw orgel over. Tijdens de restauratie is het huidige orgel aangekocht dat door Luitje en Jacob van Dam is gebouwd voor de Galileërkerk te Leeuwarden en in 1832 gereed kwam. De beelden op het orgel symboliseren het geloof, de liefde en de hoop. In de toren hangen drie klokken uit 1627 van de Middelburgse klokkengieter Michael Burgerhuys waarvan de grootste 959 kg weegt. De lichtste klok is door Alexius en Petrus Petit in 1761 gegoten.
 
Van het credobord vermeldt de legende dat het na het vergaan van de stad Reimerswaal bij de Thoolse dijk is komen aandrijven. Archiefonderzoek heeft echter aangetoond dat een schilder uit Reimerswaal, Ingel Joosz. Mol, het bord in 1581 heeft geschilderd voor de Thoolse kerk. Aan de ene zijde staan de tien geboden, aan de andere zijde de geloofsartikelen. Onder het huidige schilderwerk is een oudere afbeelding aanwezig.
 
J.Zuurdeeg, archivaris van de gemeente Tholen, 2003.
 
Literatuur: Joost op 't Hoog. De bouwgeschiedenis van de Grote of Onze Lieve Vrouwekerk te Tholen, doctoraalscriptie, 1989.