Dit behandelde hoofdstuk laat duidelijk zien dat het om 2 zonen draait. Allereerst wordt de eerste zoon in het licht gezet. We zien hem zijn erfdeel vragen aan zijn vader. Dit lijkt misschien niet zo’n vergaand verzoek maar het komt erop neer dat hij zijn nog levende vader dood wenste.
Wat doet vader? Hij geef zijn zoon zijn deel. Op het eerste gezicht is die handeling niet zo bijzonder. Maar het zal betekend hebben dat vader een gedeelte van zijn land heeft moeten verkopen om aan het verzoek van zijn jongste zoon tegemoet te komen. Wat een verlies aan status! Zoals Tim Keller zo treffend beschrijft: “de vader verdraagt geduldig een enorm verlies in aanzien en daarbij de pijn van afgewezen liefde”

 

We zien nu de zoon ‘tot zichzelf’ komen. Zijn geld is op en hij zit, uitgehongerd, tussen de varkens op het veld.
Hij neemt zich voor terug te gaan naar zijn eigen vader om hem te vertellen dat hij onjuist heeft gehandeld en het niet meer verdient zijn zoon te zijn, ook zal hij zijn vader vragen hem wat werk te gunnen zodat hij zijn schuld kan verminderen.
Zo gaat de jongste zoon op pad en dichtbij gekomen ziet vader hem aankomen en rent(!) op hem af..om hem een pak slaag te geven?
Nee, hij valt zijn zoon om de hals, kust hem en laat hem zijn zelfbedachte plan niet uitspreken. Alles wordt door vader uit de kast getrokken om zijn zoon weer op te nemen: het mooiste gewaad, een ring aan de vinger , sandalen aan de voeten en het gemeste kalf als exclusief feestdiner!
Tim Keller: “jouw terugkeer in de familie ga je niet verdienen, ik haal jou gewoon terug. Ik bedek je naaktheid, je armoe en je vodden met de mantel van mijn ambt en eer”

Dan zoon twee, de oudste zoon. Hij hoort van een knecht wat er gaande is.
Woedend over de gang van zaken weigert hij deel te nemen aan het feest. In zijn woede beledigt hij zijn vader en laat in zijn bewoordingen merken dat als er één is die recht heeft op een feest híj het wel is. “jarenlang werk ik voor u..nooit ongehoorzaam geweest..nooit heeft u een geitenbokje gegeven om feest te vieren”
En wat zegt vader? “Mijn jongen, jij bent altijd bij me, en alles wat van mij is, is van jou. Maar we konden toch niet anders dan feestvieren en blij zijn, want je broer was dood en is weer tot leven gekomen. Hij was verloren en is teruggevonden”

Hier stopt de gelijkenis, en naar de reactie van de oudste zoon kunnen we alleen maar gissen. Waarom? Jezus wil zijn vijanden prikkelen tot een reactie op zijn boodschap, de belangrijkste punten van deze boodschap zullen we de komende hoofdstukken rustig tot ons laten doordringen..

We hebben gezien en besproken in dit hoofdstuk de bovenmenselijke liefde en vergevingsgezindheid van God.
Jezus als offerlam voor onze zonden voor een ieder die in Hem geloofd in de wetenschap dat wij, vanuit ons zelf, ons behoud nooit kunnen verdienen.

 

 

Aanvullende gegevens