Deze week zijn we gestart in het boekje ‘de vrijgevige God’ van Tim Keller.  Hij is oprichter en voorganger van de sterk groeiende Redeemer Presbyterian Church in het centrum van New York City en is een bekend orthodox christelijke schrijver die doordat hij inziet dat de jonge generatie afgestudeerden en kunstenaars in zijn woonplaats in grote mate verantwoordelijk zijn voor de ontwikkelingen in de cultuur, veel postmodernen weet te bereiken en het van groot belang acht dat deze groep in hun eigen taal en sfeer tegemoet getreden wordt.

Het boek gaat over de gelijkenis die wij kennen als de gelijkenis van de verloren zoon. Al direct in het eerste hoofdstuk worden we geconfronteerd met het feit dat de aanduiding van deze gelijkenis een grote tekortkoming heeft. Het draait namelijk om 2 zonen en gedurende de avond wordt duidelijk dat de oudste zoon veel overeenkomsten heeft met ons als deelnemer van de Bijbelstudie. Wij gaan zo snel voorbij aan de eigenlijke boodschap van deze gelijkenis, want er zijn twee zonen die op verschillende wijzen vervreemd raken van God. Wij worden zo snel getroffen door het verhaal van de jongste zoon die zijn goed met hoeren verkwanseld. Echter de eerste toehoorders (farizeeën, sadduceeën, tollenaren en alles wat hier tussen zit) werden door dit verhaal niet zozeer tot tranen geroerd als wel door de bliksem getroffen, gekwetst en geërgerd.  De gelijkenis van Jezus brengt het verwoestende egocentrisme van de jongste in beeld maar veroordeeld ook, in de krachtigste termen, het moralisme van de oudste en dat beide wegen dood lopen.

Dit laatste raakte ons als groep, want waar zijn onze jongste broeders in de gemeente? We konden er niet 1 aanwijzen… Waar zien we de houding die Jezus had terug in onze dagelijkse praktijk? Wanneer hebben wij ons ingezet voor verdrukten in de samenleving en in onze omgeving?

Als onze kerken geen jongste zonen aanspreken, dan moeten er in de kerken meer oudste zonen zitten dan we willen weten… 

 

Aanvullende gegevens